Aangeboren ongemak

Ik zit op mijn gat op een bankje in het park. Compleet in gedachten staar ik naar de mensen die voorbijlopen. Ineens besef ik me dat mijn mond schaamteloos open staat. Ik neem een flinke slok van mijn Starbucks koffie en zodra ik de warme vloeistof in mijn schoot voel lopen, schiet ik overeind. Oei! De deksel van de koffiebeker heb ik schijnbaar niet goed aangedrukt. Godzijdank is de koffie een kwartier geleden al gezet. Ik haal opgelucht adem. Zodra ik in de halflege beker kijk, voel ik de teleurstelling. Mijn lichte jeans, die doet vermoeden dat ik net te laat was voor het toilet, ziet er al net zo troosteloos uit. Ik haal mijn schouders op en besef me dat het nog veel erger af had kunnen lopen. 

Het moment dat ik als 17-jarige in mijn satijnen pyjama op de bank neerstreek. Gestrekt voor de tv en gretig starend naar de grote mok die ik kort daarvoor met thee had gevuld. Een ontspannen setting. Totdat ik de mok van tafel greep en de volledige inhoud niet in mijn mond maar in m’n pyjamabroek goot. Mijn vagina zal nooit meer hetzelfde zijn, was het enige waar ik aan kon denken. Minstens 4 uur heb ik in mijn blote gat doorgebracht in een lege badkuip. Het fleecevest van mijn vader hield mij warm, terwijl ik met een ijskoude waterstraal het brandje ‘down under’ bluste. Afijn, ook toen dacht ik, het had nog véél erger af kunnen lopen.

Onhandigheid is onderdeel geworden van mijn identiteit. Er gaat geen dag voorbij dat ik er niet aan word herinnerd. De stapavond tijdens mijn puberteit die ik compleet verpestte. Oké, vooral voor mijzelf. De taxigordel die ik rebels om de stoel van de chauffeur had gedraaid. De gordel die vervolgens geen ‘klik’ zei en met zo’n 50 km per uur als een boemerang tegen mijn bovenlip klapte. Mijn vriendinnen hadden een grandioze avond. Ik en mijn dikke bovenlip werden door de chauffeur weer thuis afgezet, nog voordat ik één voet binnen de discotheek had gezet. Het is echt gebeurd.

De keer dat ik tijdens een eerste date een glas rode wijn uit mijn eigen hand sloeg. De rode vloeistof die toen tegen de spierwitte muur vloog. Ik kon wel janken. Of de frituurpan die ik uit de schuur haalde, om hem daarna uit mijn handen te laten kletteren. De volledige inhoud die neerkwam op de nieuwe fauteuils van mijn ouders. Of die keer onderweg naar Barcelona. Het moment dat een dame in een blauw uniform de achterdeur van het vliegtuig wilde sluiten. Ik herinner mij nog goed hoeveel wind er die dag stond. De harde dreun. De complete stilte die daarop volgde. Passagiers die zich massaal omdraaiden. Ze keken recht in het rode gezicht van de stewardess. De stewardess die kort daarvoor op het platform onderuit was gekletterd. Gênant. Die dame, dat was ik. Een ongemakkelijke situatie dat het zoveelste bewijs leverde: ik ben gewoon een kluns. Er is nog veel meer bewijs. Heb je even?

Inmiddels weet ik dat mijn onhandigheid aangeboren is. Van genezing is geen sprake. In de communicatie tussen mijn brein en lichaam gaat er iets chronisch mis. Het komt er feitelijk op neer dat mijn lichaam niet doet wat mijn hersens graag willen. Deze error uit zich in chronische blauwe plekken, verzwikte enkels en niet gepaste opmerkingen. In mijn vriendenkring is een 'Amber actie' een bekend begrip. Mijn onhandigheden doen het al jaren goed op verjaardagen.

De vraag blijft natuurlijk, heb ik er zelf geen last van? Don’t worry, ik lach schaamteloos mee. Als we nou unaniem afspreken dat we onszelf iets minder serieus nemen, dan wordt de onhandige ik vanzelf nog een stukje aangenamer.

Reactie schrijven

Commentaren: 2
  • #1

    Emiel (maandag, 06 april 2020 14:09)

    Als onhandigheid onderdeel is van je identiteit, is het schier onmogelijk om handigheid te etaleren en te ontwikkelen. Het accepteren van je huidige identiteit, kan ruimte bieden voor groei en een verandering in identiteit. En dan zou handigheid zomaar in jouw verscholen zitten.

  • #2

    Albert (maandag, 06 april 2020 20:01)

    Amber het is weer een geweldig verhaal.